Stuur een bericht

of neem telefonisch contact op via 02/643.43.43

Ook meer romantiek binnen het huwelijksvermogensrecht!

Basis blijft het wettelijk stelsel

Het aangaan van een huwelijk waarbij vooraf geen huwelijkscontract werd afgesloten, betekent net zoals vandaag dat het wettelijke stelsel van toepassing zal zijn. Er ontstaan drie vermogens, het eigen vermogen van elke partner en het gemeenschappelijke vermogen. Het eigen vermogen bestaat uit wat er aan vermogen was voor het aangaan van het huwelijk en wat men verkrijgt uit nalatenschappen of via schenkingen.

De keuze voor een gemeenschapsstelsel heeft tot gevolg dat vermogen dat tijdens het huwelijk wordt verkregen, anders dan door schenkingen of uit nalatenschappen, tot de huwgemeenschap zullen behoren. Het verleden toonde aan dat een rigide toepassing van dit principe vaak tot problemen leidde bij de ontbinding van het huwelijk. Het invoeren van een “nieuw” principe, dat al jaren door de rechtsleer werd naar voren geschoven, het “titre et finance” principe. Dit betekent dat bestuurstechnisch goederen eigen kunnen zijn maar hun vermogenswaarde toch tot de gemeenschap zullen behoren. Hiermee worden problemen opgelost welke momenteel bestaan inzake particuliere levensverzekeringen, aandelenbezit van een na het huwelijk opgerichte vennootschap, uitkeringen van schade en ongevallenverzekering, cliënteel, …

Het blijft mogelijk om met betrekking tot de huwgemeenschap, binnen een huwelijkscontract bepalingen op te nemen om deze juist te verruimen of in te perken.

Scheiding van goederen, ok maar met meer solidariteit

De belangrijkste hervorming lijkt zich vooral te manifesteren binnen het stelsel van scheiding van goederen. Deze wijze van huwen was wel mogelijk ook onder de vorige wetgeving maar het stelsel zelf was slechts heel beperkt uitgewerkt in het wetboek. Hierin komt verandering.

Het bleek immers dat velen die huwden onder een stelsel van scheiding van goederen, dit vooral deden met het oog op mogelijke aanspraken van derden-schuldeisers maar niet om de solidariteit tussen de echtgenoten onderling te beperken. Dit was vaak echter wel het gevolg bij een pure en simpele scheiding van goederen.

Met de nieuwe wetgeving zal een default scheiding van goederen stelsel ontstaan waarbij, naar analogie met het gemeenschapsstelsel, beide echtgenoten rechten verkrijgen op aanwinsten gerealiseerd tijdens het huwelijk. Ook hier worden aanwinsten in eerste instantie gedefinieerd als het toename van het vermogen anders verkregen dan door schenking, legaat of uit een erfenis. Bij de ontbinding van het huwelijk worden de aanwinsten van beide echtgenoten berekend. De echtgenoot met het kleinste vermogen heeft dan een vordering, dit als huwelijksvoordeel, ten bedrage van de helft van het verschil tussen de vermogens. Ook hier kunnen de partners naar believen afwijken binnen hun huwelijkscontract. De verrekenbasis aanpassen, kiezen voor een andere verhouding dan 50/50, een verschillende regeling bij een ontbinding door overlijden dan bij echtscheiding, …

Blijft natuurlijk ook de mogelijkheid om verrekeningen uit te sluiten. In dat geval zal een billijkheidscorrectie mogelijk worden waarbij, bij echtscheiding de rechter kan voorzien in een toebedeling van een deel van het vermogen (maximaal 1/3) aan de onfortuinlijke partner die door de echtscheiding verarmt. Maar uit de lezing van de wetteksten moeten we afleiden dat dit zeer restrictief moet geïnterpreteerd worden. Het is een echt vangnet voor de onfortuinlijke partner, dus als gevolg van een onvoorzienbare gebeurtenis en die zelf blijkt onvermogend te zijn.

De notaris heeft een versterkte informatieplicht om (toekomstige) echtgenoten in te lichten over de gevolgen van wat hun huwelijkscontract zal bepalen.

Volgt de fiscus de nieuwe inzichten van het Burgerlijke Wetboek?

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht verduidelijkt en moderniseert. De positie van de economisch zwakkere echtgenoot in een stelsel van scheiding van goederen zal in grote mate verbeteren. Nu nog de vraag of de fiscus op de zelfde lijn komst te staan als de burgerlijke wetgever. Immers een paar van de nu ingevoerde rechtsprincipes vormen tot voor kort, in de ogen van de fiscus, nog te bestrijden vormen van fiscaal misbruik uit.

Terugkeren naar overzicht

Deze website maakt gebruik van cookies! Meer details over onze cookies kan je terugvinden in ons cookiebeleid