Stuur een bericht

of neem telefonisch contact op via 02/643.43.43

Een grondige wijziging van het erfrecht is op til

De huidige wetgeving dateert nog grotendeels uit de napoleontische tijd.

In 200 jaar is onze maatschappij compleet gewijzigd. Het levenslange huwelijk lijkt bijna een uitzondering te worden.

Andere samenlevingsvormen zijn schering en inslag en wijzigen ook vaak in de loop van de relatie. Relaties zelf blijken vaak een beperktere houdbaarheidsdatum te hebben waardoor het aantal nieuw samengestelde gezinnen niet meer te tellen is. Gezinnen zijn dan ook vaak samengesteld met kinderen uit verschillende relaties. Vaak is men langer samen met een nieuwe partner dan dat de relatie met de natuurlijke moeder/vader heeft geduurd.

Ook de toegenomen levensverwachting van de Belg heeft tot gevolg dat nalatenschappen vaak op gevorderde leeftijd openvallen en toekomen aan erfgenamen die zelf reeds een belangrijk vermogen hebben opgebouwd en zelf geen nood meer heeft aan het extra vermogen.

Kleinere ad hoc aanpassingen van de wet gericht om oplossingen te bieden aan nieuwe problematieken blijken niet meer te voldoen en zijn zelfs vaak achterhaald. Het familiaal vermogensrecht, dit is het erfrecht en het relatievermogensrecht dient dan ook grondig te worden gewijzigd.

De reserve herbekeken

De reserve die onder de huidige wetgeving nog kan toekomen aan de ouders wordt afgeschaft. Met wil de erflater een vrije beschikking laten over een groter deel van de nalatenschap. Waarschijnlijk zal het percentage worden vastgesteld op 50 %. Een compromis tussen meer progressieve ideeën die een volledige vrije beschikking voorstonden en  een meer conservatieve visie die toch een belangrijke reservataire aanspraak in hoofde van de kinderen wil. Het evenwicht tussen familiale solidariteit en een grotere beschikkingsvrijheid.

Het vruchtgebruik op de gezinswoning en de stofferende huisraad zal de langstlevende der echtgenoten onder de nieuwe wetgeving ook niet ontnomen kunnen worden.

Wel is er sprake van dat de toebedelingen aan de langstlevende steeds buiten erfdeel zullen zijn en dus toegerekend moeten worden op het beschikbare deel.

Ook de waardering van het vruchtgebruik en de wijze van inbreng en inkorting worden drastisch gewijzigd. Inbreng is de handeling om bij het overlijden van de erflater de gelijkheid tussen erfgenamen te herstellen door hetgeen hen geschonken werd, opnieuw in te brengen en gelijk te verdelen. Inkorting is de figuur die het mogelijk maakt om reservataire erfgenamen hun reservataire aanspraak te garanderen. Inbreng van onroerend vermogen gebeurt onder de huidige wetgeving in natura terwijl roerend vermogen wordt ingebracht door minder ontvangst. Inkorting gebeurt in principe altijd in natura en aan de waarde op het moment van het overlijden van de erflater.

De nieuwe regeling zou er in voorzien dat inbreng en inkorting  steeds geldelijk zou gebeuren. Dit komt de rechtszekerheid van de begiftigde zeker ten goede.

Vanaf de in werking treding van de nieuwe wet zal de waarde van hetgeen men uit een schenking heeft ontvangen en waarover men dan ook de beschikkingsmacht verkreeg, worden geïndexeerd. Muntontwaarding van gelijke nominale schenkingen op verschillende tijdstippen worden hierdoor opgevangen en omdat de begiftigde de mogelijkheid heeft om het geschonkene zelf te beheren, zal elke schenking, van welke aard ook, dezelfde waardestijging ondergaan inzake erfrecht. Hiermee zullen heel wat discussies bij het openvallen van de nalatenschap, worden voorkomen.

Het relatievermogensrecht

Het huwelijk is lang niet meer de enige samenlevingsvorm. Er wordt gekeken in welke mate elke vorm van affectieve samenleving een versterkte solidariteit tussen partners moet inhouden. Ook hier zijn er twee strekkingen.

Zij die stellen dat de samenlevingsvorm een keuze is en hierdoor onmiddellijk al dan niet gekozen wordt voor solidariteit, staan tegenover zij die stellen dat de samenleving vaak zondermeer ontstaat en partners niet stilstaan bij een keuze. Deze laatste willen voor elke affectieve samenlevingsvorm een minimale solidariteit. De wettelijke samenwoning tussen bv. vader en zoon, broer en zus, ... zullen dan niet meer mogelijk zijn.

Als wettelijk stelsel zal het stelsel van gemeenschap van aanwinsten behouden blijven.

Binnen het stelsel van scheiding van goederen wil men een groter solidariteit tussen echtgenoten opleggen bij ontbinding van het stelsel. Er wordt gewerkt aan een methode om te voorzien in een verrekening welke beperkt is tot de huwelijkse aanwinsten. Hiervan afwijken en huwen met een strikte scheiding van goederen zal nog mogelijk zijn maar hiervoor zal men expliciet clausules moeten opnemen in het huwelijkscontract die deze solidariteit uitsluiten.

De zogenaamde Valckeniersclausule waarbij echtgenoten met kinderen uit een vorige relatie, afspraken kunnen maken over hun erfrechtelijke aanspraken op de andere echtgenoot zijn/haar vermogen, zullen binnen elk huwelijk mogelijk worden, met of zonder kinderen, binnen of buiten het huwelijk geboren.

Versoepeling van erfovereenkomsten

Momenteel is het slechts in beperkte mate mogelijk om met erfgenamen overeenkomsten te sluiten over de nog niet opengevallen nalatenschap. Uitzonderingen hierop waren de Valckeniers clausule of toebedelingen naar erfgenamen met toepassing van art. 918 BW.

Het verbod op erfovereenkomsten wordt versoepeld en er wordt juist voorzien dat familiale erfovereenkomsten mogelijk zullen worden. Het verzaken aan een reserve ten voordele van een stief of zorgkind wordt mogelijk, afspraken over toebedeling van bepaalde vermogensonderdelen aan bepaalde erfgenamen ook. Natuurlijk houdt een overeenkomst in dat er een akkoord is tussen partijen. De erfgenaam die afstand doet van een deel van zijn wettelijk erfrecht zal tot toestemming moeten bewogen worden.

Twee conclusies zijn te trekken.

Het is niet omdat er een nieuwe wet op til is, dat men dient stil te zitten en af te wachten. Er kunnen momenteel goede planningen worden uitgewerkt waarbij reeds wordt geanticipeerd op wat er aan nieuwe wetgeving wordt verwacht. Goede planningen voorzien altijd in de mogelijkheid om in meerdere of mindere mate te anticiperen op nieuwe wendingen.

De nieuwe wettelijke bepalingen zullen ook van toepassing zijn op beschikkingen gemaakt voor de inwerkingtreding. Valt een nalatenschap open na de inwerkingtreding dan is de nieuwe wet van toepassing. Het zal dan ook van belang zijn om na te gaan of bewoordingen in schenkingen, huwelijkscontracten of andere, ook onder de nieuwe wet de gewenste uitwerking zullen hebben. De minister voorziet een periode van 1 jaar tussen de afkondiging en de inwerking treding. Gelukkig bereiden we ons voor en zullen we tegen dan de werking van de erfovereenkomst volledig in de vingers hebben.

Patrick Moonen
Director Competence Center
PROGENTIS NV 

Terugkeren naar overzicht

Deze website maakt gebruik van cookies! Meer details over onze cookies kan je terugvinden in ons cookiebeleid